Nieuws

VOG-verklaring

Graag brengen wij u op de hoogte van enkele recente ontwikkelingen omtrent de VOG-verklaring:

Een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is een verklaring waaruit blijkt dat het gedrag in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de samenleving.

De werknemer moet altijd een originele, geldige VOG aan de werkgever tonen. Een kopie is geen geldige VOG. De werkgever moet de VOG op echtheid controleren. Er bestaat voor de werkgever echter geen verplichtingen om de originele VOG te bewaren, de werkgever kan volstaan met een afschrift (digitaal) te bewaren. Wij adviseren dringend om deze kopie te dateren, te voorzien van een handtekening en van de tekst "origineel gezien".

Astrium Accountants en onderwijs

 

 

 

 

Wijzigingen in de regeling beleggen, lenen en derivaten 2016

De nieuwe regeling beleggen, lenen en derivaten wijkt op een aantal punten af van de oude regeling. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  1. Uiterlijk 1 oktober 2016 dient een onderwijsinstelling een (aangepast) treasurystatuut te hebben met daarin ten minste de volgende onderwerpen: verdeling taken & bevoegdheden, toegestane beleggings- en beleningsvormen, bijbehorende verantwoordingsinformatie, wijze waarop onderscheid is aangebracht tussen publieke- en niet-publieke middelen.
  2. De ratingseisen, die gesteld worden aan instellingen waarmee zaken mag worden gedaan, zijn verlaagd. De instellingen moeten nu minstens een A-rating hebben voor beleggingen voor een periode van minimaal 3 maanden (dit was onder de oude regeling minimaal AA-). De onderneming dient verder afkomstig te zijn uit de EU of een andere staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (alle landen van de EU, Liechtenstein, Noorwegen en IJsland). De ratings zijn afgegeven door de partijen Moody’s, Fitch en Standard en Poor’s.
  3. Er mag in het vervolg enkel gebruik worden gemaakt van derivaten die de opwaartse renterisico’s beperken. De maximale looptijd van derivaten is voor onderwijsinstellingen 30 jaar.
  4. Conform de nieuwe regeling beleggen en belenen worden instellingen in het voortgezet onderwijs altijd aangemerkt als niet-professionele belegger. Voor deze belegger zijn voorgeschreven raam- en modelovereenkomsten voor financiële producten van toepassing.
  5. In de jaarrekening moet verslag worden gedaan van het treasurybeleid in het afgelopen jaar. In de nieuwe regeling moet de volgende informatie aanvullend worden opgenomen: vergelijking met de gegevens van voorgaand jaar, weergave van elke belegging wat het moment van vrijval is, verantwoording over het gebruik van derivaten.
  6. De onderwijsorganisatie mag geen leningen aan derden verstrekken, noch aan personeel, nog aan andere instellingen/organisaties, tenzij de lening van toepassing is voor de uitvoering van de wettelijke taak van de instelling en binnen het doel van de organisatie past (dit laatste is voor een vo-instelling over het algemeen niet van toepassing).
  7. Belangrijkste bestaande bepalingen die voort worden gezet in de nieuwe regeling:
    • Financiële beleid en beheer is dienstbaar aan realiseren publieke doelstellingen
    • Alleen zaken doen met instellingen met minimaal een A-rating (voor langer dan 3 maanden is deze eis dus ook een A-rating geworden) afgegeven door tenminste 2 van de 3 ratingbureau’s (Moody’s, Fitch en Standard en Poor’s):
      • Bank- en spaarrekeningen bij een financiële instelling die aan de ratingeisen voldoen, vallen niet onder de regeling, evenmin als een hypothecaire lening. Het gangbare dagelijkse financiële verkeer valt buiten de reikwijdte van deze regeling.
    • Overtollige middelen mogen in een belegging (bijvoorbeeld obligaties, spaartegoeden en deposito’s) worden uitgezet, maar met garantie op de hoofdsom. Beleggingen worden vooraf ter kennisgeving toegestuurd aan de interne toezichthouder.
    • De accountant toetst jaarlijks of de instelling heeft voldaan aan de regeling beleggen en belenen en de bepalingen in het eigen treasurystatuut.